schoener
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een 18e eeuws langsgetuigd zeilschip met oorspronkelijk 2, maar later ook meer masten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoeners | meervoud |
| schoenertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoenertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1809
Woordfamilie van schoener
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoeners | meervoud | schoener |
| schoenertje | verkleinwoord | schoener |
| schoenertjes | verkleinwoord meervoud | schoener |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoener zijn vastgelegd.