schieman
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- zeevarende die belast is met de zorg voor het tuig van een (zeil)schip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schielieden | meervoud |
| schielui | meervoud |
| schiemannen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schiemannen
- gebiedende wijs van schiemannen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schiemannen
Vervoeging van schieman
schiemanhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van schip zn en man zn
Woordfamilie van schieman
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schielieden | meervoud | schieman |
| schielui | meervoud | schieman |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schieman zijn vastgelegd.