schepper
zelfstandig naamwoord ˈsxɛpərBetekenis
- iemand die iets maakt, ontdekt of in het leven roept
- iemand die schept (met een stuk gereedschap iets opschept)
Hoe spreek je schepper uit?
/ˈsxɛpər/
Schepper bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheppers | meervoud |
| scheppertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheppertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van scheppen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van schepper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheppers | meervoud | schepper |
| scheppertje | verkleinwoord | schepper |
| scheppertjes | verkleinwoord meervoud | schepper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schepper zijn vastgelegd.