schepel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- oude inhoudsmaat voor droge stoffen
- maatvat met een inhoud ter grootte van voornoemde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schepels | meervoud |
| schepeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schepeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘inhoudsmaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1343
Woordfamilie van schepel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schepels | meervoud | schepel |
| schepeltje | verkleinwoord | schepel |
| schepeltjes | verkleinwoord meervoud | schepel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schepel zijn vastgelegd.