scheitrechter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stuk glaswerk in de vorm van een trechter met stop erop en een kraantje aan de onderkant, dat gebruikt wordt om niet-mengbare vloeistoffen te scheiden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheitrechters | meervoud |
| scheitrechtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheitrechtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van schei (van scheiden) en trechter
Woordfamilie van scheitrechter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheitrechters | meervoud | scheitrechter |
| scheitrechtertje | verkleinwoord | scheitrechter |
| scheitrechtertjes | verkleinwoord meervoud | scheitrechter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheitrechter zijn vastgelegd.