schaftuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tijdstip dat arbeiders rusten en eten; periode van ongeveer een uur waarin de arbeiders rusten en eten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schafturen | meervoud |
| schaftuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schaftuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schaft zn en uur zn
Woordfamilie van schaftuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schafturen | meervoud | schaftuur |
| schaftuurtje | verkleinwoord | schaftuur |
| schaftuurtjes | verkleinwoord meervoud | schaftuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaftuur zijn vastgelegd.