schabel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eenvoudige bank met een plank als rugleuning
- eenvoudige bank waarop de verdachte in een rechtbank zit
- plank bij een weefgetouw waarop de voeten kunnen rusten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schabellen | meervoud |
| schabelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schabelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
uit het Frans
Woordfamilie van schabel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schabellen | meervoud | schabel |
| schabelletje | verkleinwoord | schabel |
| schabelletjes | verkleinwoord meervoud | schabel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schabel zijn vastgelegd.