schabouwelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een jammerlijk slechte kwaliteit
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schabouwelijke | verbogen, stellende trap |
| schabouwelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| schabouwelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| schabouwelijkers | partitief, vergrotende trap |
| schabouwelijks | partitief, stellende trap |
| schabouwelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| schabouwelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
van schabouw met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van schabouwelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schabouwelijke | verbogen vorm | schabouwelijk |
| schabouwelijker | vergrotende trap | schabouwelijk |
| schabouwelijkere | verbogen vergrotende trap | schabouwelijk |
| schabouwelijkers | partitieve vergrotende trap | schabouwelijk |
| schabouwelijks | partitive, positive | schabouwelijk |
| schabouwelijkst | uninflected, superlative | schabouwelijk |
| schabouwelijkste | inflected, superlative | schabouwelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schabouwelijk zijn vastgelegd.