schaambot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het middelste en voorste deel van het heupbeen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaambotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schaambotjes | verkleinwoord, meervoud |
| schaambotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schamen zn en bot zn
Woordfamilie van schaambot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaambotje | verkleinwoord | schaambot |
| schaambotjes | verkleinwoord meervoud | schaambot |
| schaambotten | meervoud | schaambot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaambot zijn vastgelegd.