schaamdeel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- uitwendig geslachtsdeel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaamdelen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘geslachtsdeel’ voor het eerst aangetroffen in 1724
Woordfamilie van schaamdeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaamdelen | meervoud | schaamdeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaamdeel zijn vastgelegd.