schaakster
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrouwelijke vorm van schaker, vrouw die schaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schaaksters | meervoud |
| schaakstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schaakstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schaken met het achtervoegsel -ster
Woordfamilie van schaakster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schaaksters | meervoud | schaakster |
| schaakstertje | verkleinwoord | schaakster |
| schaakstertjes | verkleinwoord meervoud | schaakster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schaakster zijn vastgelegd.