sater
zelfstandig naamwoordBetekenis
- figuur uit de Griekse mythologie, voorgesteld als een kleine man met korte staart en bokkenpoten, een vrolijk en ondeugend boswezen
- wellusteling
- bepaalde dagvlinder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| saters | meervoud |
| satertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| satertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘halfgod’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1563
Woordfamilie van sater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| saters | meervoud | sater |
| satertje | verkleinwoord | sater |
| satertjes | verkleinwoord meervoud | sater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sater zijn vastgelegd.