bosgod
zelfstandig naamwoord 'bɔsxɔtBetekenis
- halfgod die in de bossen woonde
Hoe spreek je bosgod uit?
/ˈbɔsxɔt/
Bosgod bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bosgoden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bos en god
Woordfamilie van bosgod
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bosgoden | meervoud | bosgod |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bosgod zijn vastgelegd.