samenloop
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- plek waar een aantal entiteiten (vaak van geografische oorsprong) zich verenigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| samenlopen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van samenlopen
Vervoeging van samenloop
samenloophele werkwoord
Herkomst
samenstelling van samen en loop