salvo
zelfstandig naamwoord ˈsɑlvoBetekenis
- bewust gelijktijdig afschieten van vuurwapens
- gelijktijdig gooien van voorwerpen naar hetzelfde doel
- reeks gelijktijdige of snel herhaalde handelingen met eenzelfde doel
- behalve, uitgezonderd
Hoe spreek je salvo uit?
/ˈsɑlvo/
Salvo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɑ | bad |
| l | land |
| v | vis |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| salvo's | meervoud |
| salvootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| salvootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Italiaans salva zn "gelijktijdig losbranden van vuurwapens als begroeting", waarbij wellicht verwarring met salvo bn "veilig" is opgetreden, dit kan ook Frans salve zn "gelijktijdig losbranden van vuurwapens tijdens een gevecht" naar het Nederlands zijn gekomen; in de betekenis "afschieten vuurwapens ter begroeting" voor het eerst aangetroffen in 1592
Woordfamilie van salvo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| salvo's | meervoud | salvo |
| salvootje | verkleinwoord | salvo |
| salvootjes | verkleinwoord meervoud | salvo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van salvo zijn vastgelegd.