salvia
zelfstandig naamwoordBetekenis
- plantengeslacht uit de familie van de lipbloemen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Salvia plantengeslacht uit de familie van de lipbloemen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| salvia's | meervoud |
| salviaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| salviaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
uit het Latijn
Woordfamilie van salvia
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| salvia's | meervoud | salvia |
| salviaatje | verkleinwoord | salvia |
| salviaatjes | verkleinwoord meervoud | salvia |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van salvia zijn vastgelegd.