sado
zelfstandig naamwoord ˈsadoBetekenis
- licht rijtuigje op twee wielen waarin de passagiers met de ruggen naar elkaar toe zitten (dos-à-dos) (uit Indonesië)
Hoe spreek je sado uit?
/ˈsado/
Sado bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| a | maan |
| d | dak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sado's | meervoud |
| sadootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sadootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘rijtuigje waarin de passagiers met de ruggen naar elkaar toe zitten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Woordfamilie van sado
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sado's | meervoud | sado |
| sadootje | verkleinwoord | sado |
| sadootjes | verkleinwoord meervoud | sado |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sado zijn vastgelegd.