pensionado
zelfstandig naamwoord ˌpɛnʃoˈnadoBetekenis
- Nederlandse bejaarde, die zijn oude dag in Spanje doorbrengt, met behoud van zijn Nederlandse pensioen
Hoe spreek je pensionado uit?
/ˌpɛnʃoˈnado/
Pensionado bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ʃ | sjaal |
| o | boot |
| a | maan |
| d | dak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als penshonado.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pensionado's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘gepensioneerde die in een warm land gaat wonen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1998
Woordfamilie van pensionado
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pensionado's | meervoud | pensionado |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pensionado zijn vastgelegd.