rukker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die rukt
- in het bijzonder: manspersoon die zich aftrekt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rukkers | meervoud |
| rukkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rukkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van rukken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van rukker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rukkers | meervoud | rukker |
| rukkertje | verkleinwoord | rukker |
| rukkertjes | verkleinwoord meervoud | rukker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rukker zijn vastgelegd.