ruiterij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bereden legereenheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ruiterijen | meervoud |
| ruiterijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ruiterijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘cavalerie’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van ruiterij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ruiterijen | meervoud | ruiterij |
| ruiterijtje | verkleinwoord | ruiterij |
| ruiterijtjes | verkleinwoord meervoud | ruiterij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruiterij zijn vastgelegd.