ruigpoot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dier met een behaarde poot
- stoere homo
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ruigpootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ruigpootjes | verkleinwoord, meervoud |
| ruigpoten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘scheldwoord voor mannelijke homoseksueel’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Woordfamilie van ruigpoot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ruigpootje | verkleinwoord | ruigpoot |
| ruigpootjes | verkleinwoord meervoud | ruigpoot |
| ruigpoten | meervoud | ruigpoot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruigpoot zijn vastgelegd.