routine
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een reeks handelingen die, vaak zonder te hoeven nadenken, kan worden verricht door een verkregen vaardigheid
- telkens terugkerende bezigheden
- subroutine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| routines | meervoud |
| routinetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| routinetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vaardigheid, sleur’ voor het eerst aangetroffen in 1781
Woordfamilie van routine
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| routines | meervoud | routine |
| routinetje | verkleinwoord | routine |
| routinetjes | verkleinwoord meervoud | routine |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van routine zijn vastgelegd.