Naar de inhoud

roteren

een draaiing toepassen op iets

roteren

werkwoord

Betekenis

  1. een draaiing toepassen op iets
  2. draaien om een as

Vervoeging van roteren

roterenhele werkwoord — roteerdeverleden tijd enkelvoud — roteerdenverleden tijd meervoud — geroteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik roteer roteerde
jij roteert roteerde
hij, zij, het roteert roteerde
wij roteren roteerden
jullie roteren roteerden
zij roteren roteerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben geroteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geroteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geroteerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was geroteerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd geroteerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt geroteerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geroteerd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geroteerd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou geroteerd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou geroteerd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
geroteerd verleden tijd, deelwoord
geroteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geroteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geroteerd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geroteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geroteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geroteerd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geroteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geroteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben geroteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is geroteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geroteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
roteer gebiedende wijs
roteerde verleden tijd
rotere aanvoegende wijs
roterend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn geroteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te roteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen roteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geroteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geroteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geroteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geroteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geroteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geroteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geroteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geroteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geroteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geroteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geroteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geroteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geroteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geroteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geroteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geroteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geroteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geroteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geroteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geroteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geroteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geroteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal roteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal roteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal roteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geroteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn geroteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geroteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geroteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geroteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geroteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geroteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou roteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou roteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou roteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geroteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geroteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geroteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden roteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden roteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden roteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geroteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt roteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geroteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geroteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geroteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen roteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen roteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen roteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen roteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geroteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geroteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult roteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ronddraaien’ voor het eerst aangetroffen in 1897

Woordfamilie van roteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geroteerd voltooid deelwoord roteren
geroteerde woordvorm roteren
roteer gebiedende wijs roteren
roteerde verleden tijd roteren
roteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon roteren
roteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon roteren
rotere aanvoegende wijs roteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over roteren

Wat is de betekenis van roteren?
Roteren is een werkwoord. De betekenis is: een draaiing toepassen op iets. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik roteren?
Zo vervoeg je roteren zo: de tegenwoordige tijd is roteer, de verleden tijd is roteerde en het voltooid deelwoord is geroteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord roteren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

roteren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 82 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 82 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

roteren telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

roteren in het kort

roteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van roteren staan er 63 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort roteren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

roteren: een draaiing toepassen op iets
Deel roteren — standaardnederlands.nl