roteren
werkwoordBetekenis
- een draaiing toepassen op iets
- draaien om een as
Vervoeging van roteren
roterenhele werkwoord — roteerdeverleden tijd enkelvoud — roteerdenverleden tijd meervoud — geroteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roteer | roteerde |
| jij | roteert | roteerde |
| hij, zij, het | roteert | roteerde |
| wij | roteren | roteerden |
| jullie | roteren | roteerden |
| zij | roteren | roteerden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben geroteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geroteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geroteerd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was geroteerd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd geroteerd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt geroteerd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal geroteerd worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal geroteerd zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou geroteerd worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou geroteerd zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geroteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geroteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroteerd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroteerd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben geroteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is geroteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geroteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| roteer | gebiedende wijs |
| roteerde | verleden tijd |
| rotere | aanvoegende wijs |
| roterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn geroteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te roteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen roteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geroteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geroteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geroteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geroteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geroteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geroteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geroteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal roteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal roteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal roteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geroteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geroteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geroteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geroteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geroteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou roteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou roteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou roteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden roteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden roteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden roteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt roteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen roteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen roteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen roteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen roteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geroteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult roteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘ronddraaien’ voor het eerst aangetroffen in 1897
Woordfamilie van roteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geroteerd | voltooid deelwoord | roteren |
| geroteerde | woordvorm | roteren |
| roteer | gebiedende wijs | roteren |
| roteerde | verleden tijd | roteren |
| roteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | roteren |
| roteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | roteren |
| rotere | aanvoegende wijs | roteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roteren zijn vastgelegd.