rollator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- looprek op wieltjes dat als hulpmiddel dient bij het lopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rollators | meervoud |
| rollatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rollatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘looprek’ voor het eerst aangetroffen in 1999
Woordfamilie van rollator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rollators | meervoud | rollator |
| rollatortje | verkleinwoord | rollator |
| rollatortjes | verkleinwoord meervoud | rollator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rollator zijn vastgelegd.