roefdek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dak van de kajuit van een schip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| roefdekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| roefdekjes | verkleinwoord, meervoud |
| roefdekken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van roef zn en dek zn
Woordfamilie van roefdek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| roefdekje | verkleinwoord | roefdek |
| roefdekjes | verkleinwoord meervoud | roefdek |
| roefdekken | meervoud | roefdek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roefdek zijn vastgelegd.