robber
zelfstandig naamwoordBetekenis
- reeks, meestal 3, bridgepartijen
- een vechtpartij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| robbers | meervoud |
| robbertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| robbertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘reeks partijen (bij bridge, whist)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1810
Woordfamilie van robber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| robbers | meervoud | robber |
| robbertje | verkleinwoord | robber |
| robbertjes | verkleinwoord meervoud | robber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van robber zijn vastgelegd.