robbedoes
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wilde, onbesuisde man of jongen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| robbedoezen | meervoud |
Herkomst
Waarschijnlijk uit de Friese zeemanstaal. Het eerste deel hangt mogelijk samen met rob "zeehond" of met robben (stoeien), het tweede deel met duizelen.
Woordfamilie van robbedoes
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| robbedoezen | meervoud | robbedoes |
| robbedoeze | woordvorm | robbedoezen |
| robbedoezende | woordvorm | robbedoezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van robbedoes zijn vastgelegd.