rijkswachter
zelfstandig naamwoord ˈrɛikswɑxtərBetekenis
- Belgische politiebeambte, agent van het landelijke politiekorps zoals België dat tot 2001 kende
Hoe spreek je rijkswachter uit?
/ˈrɛikswɑxtər/
Rijkswachter bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| s | sok |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijkswachters | meervoud |
| rijkswachtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijkswachtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van rijkswacht met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van rijkswachter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijkswachters | meervoud | rijkswachter |
| rijkswachtertje | verkleinwoord | rijkswachter |
| rijkswachtertjes | verkleinwoord meervoud | rijkswachter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijkswachter zijn vastgelegd.