rijksdaalder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- munt ter waarde van 50 stuivers oftewel 2½ gulden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijksdaalders | meervoud |
| rijksdaaldertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijksdaaldertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenvertaling van Duits Reichstaler (oudere spelling Reichsthaler), een zilveren munt geslagen volgens de besluiten van de Rijksdag in 1566.
Woordfamilie van rijksdaalder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijksdaalders | meervoud | rijksdaalder |
| rijksdaaldertje | verkleinwoord | rijksdaalder |
| rijksdaaldertjes | verkleinwoord meervoud | rijksdaalder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijksdaalder zijn vastgelegd.