rijksdag
zelfstandig naamwoord ˈrɛiksdɑxBetekenis
- (Duits) parlement(sgebouw)
Hoe spreek je rijksdag uit?
/ˈrɛiksdɑx/
Rijksdag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| s | sok |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- parlement(sgebouw)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijksdagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van rijk zn en dag zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van rijksdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijksdagen | meervoud | rijksdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijksdag zijn vastgelegd.