rijgsteek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eenvoudige, losse manier van naaien om twee stukken stof provisorisch aan elkaar vast te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijgsteekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijgsteekjes | verkleinwoord, meervoud |
| rijgsteken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van rijgen ww en steek zn
Woordfamilie van rijgsteek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijgsteekje | verkleinwoord | rijgsteek |
| rijgsteekjes | verkleinwoord meervoud | rijgsteek |
| rijgsteken | meervoud | rijgsteek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijgsteek zijn vastgelegd.