rijgsnoer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- draad waarmee men twee zaken aan elkaar vast kan rijgen
- draad waaraan men kralen kan rijgen ook in figuurlijke zin
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijgsnoeren | meervoud |
| rijgsnoertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijgsnoertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rijgen zn en snoer zn
Woordfamilie van rijgsnoer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijgsnoeren | meervoud | rijgsnoer |
| rijgsnoertje | verkleinwoord | rijgsnoer |
| rijgsnoertjes | verkleinwoord meervoud | rijgsnoer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijgsnoer zijn vastgelegd.