rietpijp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een eenvoudig instrument bestaande uit een (of meer) pijpen met vingergaten en een enkel- of dubbelriet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rietpijpen | meervoud |
| rietpijpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rietpijpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van riet en pijp
Woordfamilie van rietpijp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rietpijpen | meervoud | rietpijp |
| rietpijpje | verkleinwoord | rietpijp |
| rietpijpjes | verkleinwoord meervoud | rietpijp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rietpijp zijn vastgelegd.