rietmat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tot een mat geweven of gebonden groep zoetwaterrietstengels, vaak gebruikt als bescherming tegen de wind en de kou of als vloerbedekking
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rietmatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rietmatjes | verkleinwoord, meervoud |
| rietmatten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van riet zn en mat zn
Woordfamilie van rietmat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rietmatje | verkleinwoord | rietmat |
| rietmatjes | verkleinwoord meervoud | rietmat |
| rietmatten | meervoud | rietmat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rietmat zijn vastgelegd.