revelen
werkwoord ˈrevələ(n)Betekenis
- gemoedelijk praten over onbelangrijke dingen
- onzin praten, wartaal uiten
Hoe spreek je revelen uit?
/ˈrevələn/
Revelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van revelen
revelenhele werkwoord — reveldeverleden tijd enkelvoud — reveldenverleden tijd meervoud — gereveldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | revel | revelde |
| jij | revelt | revelde |
| hij, zij, het | revelt | revelde |
| wij | revelen | revelden |
| jullie | revelen | revelden |
| zij | revelen | revelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gereveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereveld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereveld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereveld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereveld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereveld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereveld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereveld | verleden tijd, deelwoord |
| gereveld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereveld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereveld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereveld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereveld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereveld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereveld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereveld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereveld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereveld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| revel | gebiedende wijs |
| revelde | verleden tijd |
| revele | aanvoegende wijs |
| revelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te revelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen revelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gereveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gereveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gereveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gereveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gereveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gereveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gereveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gereveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gereveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gereveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gereveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gereveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gereveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gereveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gereveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gereveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gereveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gereveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal revelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal revelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal revelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gereveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gereveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou revelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou revelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou revelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden revelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden revelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden revelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt revelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen revelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen revelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen revelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen revelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gereveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult revelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
frequentatief, afgeleid van reven zn met het achtervoegsel -el