retort
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verouderd toestel voor het destilleren bestaande uit een vat met een neergebogen tuit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| retorten | meervoud |
| retortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| retortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘distilleerkolf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1595
Woordfamilie van retort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| retorten | meervoud | retort |
| retortje | verkleinwoord | retort |
| retortjes | verkleinwoord meervoud | retort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van retort zijn vastgelegd.