rentenier
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- iemand die zo kapitaalkrachtig is dat hij niet meer hoeft te werken en nog geen recht heeft op AOW of pensioen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| renteniers | meervoud |
| renteniertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| renteniertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rentenieren
- gebiedende wijs van rentenieren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rentenieren
Vervoeging van rentenier
rentenierhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘die van zijn renten leeft’ voor het eerst aangetroffen in 1616
Woordfamilie van rentenier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| renteniers | meervoud | rentenier |
| renteniertje | verkleinwoord | rentenier |
| renteniertjes | verkleinwoord meervoud | rentenier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rentenier zijn vastgelegd.