renpaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- paard dat gefokt is met het doel om aan paardenrennen deel te nemen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| renpaarden | meervoud |
| renpaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| renpaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ren (van 'rennen') en paard.
Woordfamilie van renpaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| renpaarden | meervoud | renpaard |
| renpaardje | verkleinwoord | renpaard |
| renpaardjes | verkleinwoord meervoud | renpaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van renpaard zijn vastgelegd.