rendez-vous
zelfstandig naamwoord ˌrɑ̃deˈvuBetekenis
- afgesproken samenkomst, (vooral van geliefden)
Hoe spreek je rendez-vous uit?
/ˌrɑdeˈvu/
Rendez-vous bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| d | dak |
| e | veel |
| v | vis |
| u | boek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- afgesproken samenkomst (vooral van geliefden)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rendez-voustje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rendez-voustjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afgesproken samenkomst, afspraak’ voor het eerst aangetroffen in 1581
Woordfamilie van rendez-vous
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rendez-voustje | verkleinwoord | rendez-vous |
| rendez-voustjes | verkleinwoord meervoud | rendez-vous |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rendez-vous zijn vastgelegd.