rechtermondhoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het, voor de persoon zelf, rechteruiteinde van de mond
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechtermondhoeken | meervoud |
| rechtermondhoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rechtermondhoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rechter bn en mondhoek zn
Woordfamilie van rechtermondhoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechtermondhoeken | meervoud | rechtermondhoek |
| rechtermondhoekje | verkleinwoord | rechtermondhoek |
| rechtermondhoekjes | verkleinwoord meervoud | rechtermondhoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechtermondhoek zijn vastgelegd.