rechterlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- het recht betreffende
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechterlijke | verbogen, stellende trap |
| rechterlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| rechterlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| rechterlijkers | partitief, vergrotende trap |
| rechterlijks | partitief, stellende trap |
| rechterlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| rechterlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van rechter met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van rechterlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechterlijke | verbogen vorm | rechterlijk |
| rechterlijker | vergrotende trap | rechterlijk |
| rechterlijkere | verbogen vergrotende trap | rechterlijk |
| rechterlijkers | partitieve vergrotende trap | rechterlijk |
| rechterlijks | partitive, positive | rechterlijk |
| rechterlijkst | uninflected, superlative | rechterlijk |
| rechterlijkste | inflected, superlative | rechterlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechterlijk zijn vastgelegd.