reces
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een pause in de beraadslagingen
zelfstandig naamwoord — neuter
- een pauze in de beraadslagingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| recessen | meervoud |
| recestje | verkleinwoord, enkelvoud |
| recestjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vakantie van bestuurscollege’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1632
Woordfamilie van reces
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| recessen | meervoud | reces |
| recestje | verkleinwoord | reces |
| recestjes | verkleinwoord meervoud | reces |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reces zijn vastgelegd.