rang
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plaats binnen een bepaalde hiërarchie
- het maximale aantal lineair onafhankelijke vectoren in een stelsel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rangen | meervoud |
| rangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘trede in hiërarchie, klasse’ voor het eerst aangetroffen in 1575
Woordfamilie van rang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rangen | meervoud | rang |
| rangetje | verkleinwoord | rang |
| rangetjes | verkleinwoord meervoud | rang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rang zijn vastgelegd.