radiotoestel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ontvangtoestel voor radio-uitzendingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| radiotoestellen | meervoud |
| radiotoestelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| radiotoestelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van radio en toestel
Woordfamilie van radiotoestel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| radiotoestellen | meervoud | radiotoestel |
| radiotoestelletje | verkleinwoord | radiotoestel |
| radiotoestelletjes | verkleinwoord meervoud | radiotoestel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van radiotoestel zijn vastgelegd.