radiotoespraak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rede gehouden voor de radio
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| radiotoespraakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| radiotoespraakjes | verkleinwoord, meervoud |
| radiotoespraken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van radio en toespraak
Woordfamilie van radiotoespraak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| radiotoespraakje | verkleinwoord | radiotoespraak |
| radiotoespraakjes | verkleinwoord meervoud | radiotoespraak |
| radiotoespraken | meervoud | radiotoespraak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van radiotoespraak zijn vastgelegd.