rabbi
zelfstandig naamwoordBetekenis
- rabbijn, een joods geestelijk leider
- titel van een joodse geleerde uit vroeger tijd
- rabbijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rabbi's | meervoud |
| rabbietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rabbietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Hebreeuws, in de betekenis van ‘joods godsdienstleraar’ voor het eerst aangetroffen in 1526
Woordfamilie van rabbi
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rabbi's | meervoud | rabbi |
| rabbietje | verkleinwoord | rabbi |
| rabbietjes | verkleinwoord meervoud | rabbi |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rabbi zijn vastgelegd.