raat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bouwsel van was door bijen gemaakt
- honingraat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| raatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| raatjes | verkleinwoord, meervoud |
| raten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘bouwsel van was in bijenkorf’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van raat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| raatjes | verkleinwoord meervoud | raat |
| raten | meervoud | raat |
| ratende | woordvorm | raten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raat zijn vastgelegd.