putsch
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een (geweldadige) omverwerping van een legitieme regering
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| putschen | meervoud |
| putschje | verkleinwoord, enkelvoud |
| putschjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘staatsgreep’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van putsch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| putschen | meervoud | putsch |
| putschje | verkleinwoord | putsch |
| putschjes | verkleinwoord meervoud | putsch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van putsch zijn vastgelegd.