puber
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈpybərBetekenis
- iemand met de leeftijd tussen kind en adolescent.
Hoe spreek je puber uit?
/ˈpybər/
Puber bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| y | fuut |
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pubers | meervoud |
| pubertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pubertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puberen
- gebiedende wijs van puberen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van puberen
Vervoeging van puber
puberhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kind in periode van volwassenwording’ voor het eerst aangetroffen in 1938
Woordfamilie van puber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pubers | meervoud | puber |
| pubertje | verkleinwoord | puber |
| pubertjes | verkleinwoord meervoud | puber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van puber zijn vastgelegd.