prut
zelfstandig naamwoordBetekenis
- modder
- rotzooi
- gerecht waarin van alles door elkaar aanwezig is
- wat overblijft na het zetten van koffie - koffieprut
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- wat overblijft na het zetten van koffie -> koffieprut
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| prutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘brij’ voor het eerst aangetroffen in 1614
Woordfamilie van prut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prutje | verkleinwoord | prut |
| prutjes | verkleinwoord meervoud | prut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prut zijn vastgelegd.